Fruitteler Sander van de Rijdt

‘Ik ervaar het hele jaar geluksmomentjes’

Sander van de Rijdt teelt met veel vakmanschap en passie appels en peren. ‘De kale bomen die in bloei komen en uiteindelijk vol sappig fruit hangen, dat blijft ieder jaar weer een mooi proces’, legt hij uit. ‘Als ik dan door de boomgaard loop en zie hoeveel fruit er hangt, word ik daar heel blij van.’ 

De appels en peren die uiteindelijk te groot zijn, of juist te klein, een kleine beschadiging of een hagelpitje hebben, zijn perfect voor Flevosap. Bij Sander staat altijd wel een fles in de koelkast. ‘Dat Flevosap mijn buurman is, maakt me wel een beetje trots. Het is trouwens ook een goed gekozen naam.’ Over de smaak is hij kort en krachtig: ‘Zoals je het verwacht: puur natuur. Heerlijk!’

Pionier

Sander is de derde generatie fruittelers in zijn familie. Zijn boomgaard is maar liefst 52 hectare groot. Twee derde bestaat uit peren, een derde uit appels. ‘Mijn opa had een gemend bedrijf in Brabant (en stapte over op fruitteelt), maar toen bleek dat de appels en peren daar steeds bevroren.’ De pas drooggevallen Noordoostpolder bood uitkomst. Nieuw land, speciaal gemaakt voor de voedselproductie. De pionier bouwde een nieuwe toekomst op in Kraggenburg en specialiseerde zich in het telen van fruit.

Na tien jaar groeide de maatschap echter uit zijn jasje. Uiteindelijk werd Oostelijk Flevoland (Biddinghuizen) definitief de plek voor het familiebedrijf. ‘We hebben hier een dubbele kavel.’ Lachend: ‘Mijn opa had een vooruitziende blik.’ Die heeft zijn kleinzoon ook. ‘Ik zit vol ideeën en ik ben altijd op zoek naar nieuwe rassen en naar manieren om het bedrijf verder te ontwikkelen. De beste ideeën krijg ik tijdens het snoeien’, klinkt het lachend.

Geluksmomentjes

Het bleek een goede zet om naar de drooggevallen polder te verhuizen. ‘De Flevolandse bodem is niet alleen heel voedselrijk, de omstandigheden zijn ook goed. Je hebt hier geen vochttekort, nagenoeg geen wateroverlast, het is niet te heet… ja, het klimaat is erg goed om fruit te telen!’

‘De singels om de boomgaard heen, de paardenbloemen in het gras en al die sappige appels en peren in de bomen. Ik vind dat écht een verrijking voor het landschap. Het hele jaar door heb ik geluksmomentjes. Dat begint al bij de bloei, zo halverwege april. Als de fruitbomen mooie bloemen en een frisgroen blad hebben.’

Daarna breekt een spannende periode aan: blijft er genoeg fruit aan de bomen hangen? De grootste onzekerheid is natuurlijk het weer. Met een hagelbui van slechts 1 minuut kan de hele oogst weg zijn. Het fruit hangt daarom (zoveel mogelijk) onder netten.

Zodra de appels en peren zijn geplukt en gesorteerd, gaan de zogeheten buitenbeentjes naar Flevosap. ‘We werken al heel lang samen. Tot volle tevredenheid. We doen allebei waar we goed in zijn: ik heb een passie voor telen en zij voor het maken van het lekkerste sap.’

Als je voor Flevosap kiest, kies je voor pure smaak. Sap, gemaakt van sappige appels, geteeld door fruittelers met passie voor hun product en hun werk. Wij laten je graag kennismaken met deze telers. Hun appels vormen namelijk de basis voor ons overheerlijke sap… en daar zijn we ze dankbaar voor!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *